ECLI:NL:HR:2010:BN2352
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over recht op advocaat voorafgaand aan inverzekeringstelling
In deze zaak stond centraal of verdachte voorafgaand aan zijn inverzekeringstelling het recht had om een advocaat te raadplegen. Het hof Arnhem had het verweer van verdachte verworpen dat zijn verklaringen onrechtmatig waren verkregen omdat hij geen advocaat had kunnen raadplegen voor het verhoor.
De Hoge Raad herhaalt de relevante jurisprudentie, met name het arrest LJN BH3079, waarin is vastgesteld dat een verdachte het recht heeft om voorafgaand aan het eerste politieverhoor te worden gewezen op zijn recht op raadpleging van een advocaat. Dit recht kan slechts worden ontnomen bij ondubbelzinnige afstand of dwingende redenen.
Het hof had het verweer van verdachte verkeerd opgevat door te oordelen dat verdachte geen recht had op voorafgaande raadpleging van een advocaat vóór inverzekeringstelling. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en wijst de zaak terug naar het hof Arnhem voor een nieuwe beoordeling op basis van het juiste rechtsbeginsel.
De zaak betreft een verdachte die op 18 april 2007 werd aangehouden en meerdere verhoren aflegde, waarbij hij uiteindelijk bekende. Het hof oordeelde dat de verklaringen niet onrechtmatig waren verkregen, maar de Hoge Raad corrigeert dit oordeel en benadrukt het belang van het Salduz-recht.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.