ECLI:NL:HR:2010:BN3862
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling cassatieberoep inzake recht op ziekengeld bij opeenvolging dienstbetrekkingen onder oude Ziektewet
De zaak betreft een beroep in cassatie van een belanghebbende tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep over de weigering van een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) voor een arbeidsgehandicapte werkneemster. De Centrale Raad oordeelde dat geen recht op ziekengeld bestond omdat de dienstbetrekking per 1 september 2004 een voortzetting was van een oude arbeidsrelatie die was aangegaan voordat de werkneemster arbeidsgehandicapt werd.
Het middel klaagde over de uitleg van het begrip dienstbetrekking in artikel 3 van Pro de ZW, maar de Hoge Raad stelde vast dat de oude tekst van artikel 75m, lid 1, ZW van toepassing was, waardoor cassatie wegens schending van artikel 3 ZW Pro niet mogelijk was. Ook onder de nieuwe tekst van artikel 75m, lid 1, zou cassatie niet slagen omdat de vraag of sprake is van voortzetting van een arbeidsrelatie geen cassatievraag is.
De Hoge Raad benadrukte dat de wijziging in 2006 tot doel had een uniforme toepassing van de ZW te bevorderen, vooral met betrekking tot premieheffing en recht op uitkering, maar dat de specifieke vraag over voortzetting van dienstbetrekkingen niet onder cassatie valt. Het beroep in cassatie werd daarom ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.