ECLI:NL:HR:2010:BN4346
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring in beklag tegen beslag in ontnemingszaak
In deze zaak betrof het een beklagprocedure van een derde, klaagster, tegen conservatoir beslag gelegd op goederen die op naam van haar stonden, terwijl het strafrechtelijk onderzoek zich richtte op een andere verdachte. De rechtbank verklaarde het klaagschrift ongegrond en niet-ontvankelijk omdat het beslag in het kader van een lopende ontnemingszaak werd gehandhaafd.
Klaagster stelde dat de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel onjuist was en dat er geen criminele winst was, waardoor het beslag opgeheven zou moeten worden. De officier van justitie erkende dat de herberekening niet voldeed en dat een nieuwe berekening zou volgen, maar vond het beslag niet disproportioneel.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank een onjuiste maatstaf had gehanteerd door niet te toetsen of klaagster als eigenaar van de inbeslaggenomen goederen kon worden aangemerkt en of de uitzonderingen van art. 94a Sv van toepassing waren. Echter, omdat klaagster geen redelijk belang had, leidde dit niet tot cassatie. Het beroep werd verworpen en het beslag bleef gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en klaagster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar beklag tegen het beslag.