Conclusie
middelklaagt dat de rechtbank ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd heeft geoordeeld dat (i) de koopovereenkomst tussen klager en [betrokkene 1] nietig is en (ii) dat de nietigheid van die koopovereenkomst tot gevolg heeft dat moet worden teruggegaan naar de
status quovóór die overeenkomst. Het (impliciete) oordeel van de rechtbank dat buiten redelijke twijfel is dat de klager als eigenaar van het onder [betrokkene 1] inbeslaggenomen geldbedrag moet worden aangemerkt geeft om die reden blijk van een onderliggende onjuiste rechtsopvatting, althans is niet toereikend gemotiveerd.