ECLI:NL:HR:2010:BN7754
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.M.E. Thomassen
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende motivering bewezenverklaring bij vrijspraakverzoek
In deze strafzaak werd de verdachte beschuldigd van het gebruik van een vervalste salarisspecificatie bij het huren van een woning. Tijdens het hoger beroep had de raadsman van de verdachte vrijspraak bepleit voor alle tenlastegelegde feiten.
Het hof had de bewezenverklaring van het onder 4 tenlastegelegde feit gebaseerd op een opgave van bewijsmiddelen conform art. 359, derde lid, Sv. De verdediging voerde onder meer aan dat er sprake was van onrechtmatig verkregen bewijs door onrechtmatig binnentreden.
De Hoge Raad oordeelde dat art. 359, derde lid, Sv niet toegepast kan worden indien vrijspraak is bepleit door of namens de verdachte. Het hof had daarom de bewezenverklaring onvoldoende gemotiveerd. De Hoge Raad vernietigde het arrest voor zover het betrekking had op het onder 4 tenlastegelegde feit en de strafoplegging en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting op dat punt.
Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen. De uitspraak werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 21 december 2010.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor het onder 4 tenlastegelegde feit en de strafoplegging en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.