ECLI:NL:HR:2010:BN8536

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 november 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/02193
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling totstandkoming arbeidsovereenkomst en wilsovereenstemming volgens Haviltex-criterium

In deze zaak stond de vraag centraal of er wilsovereenstemming bestond tussen partijen over alle essentiële elementen van een arbeidsovereenkomst. De zaak betrof een geschil tussen een eiser en een verweerster over de totstandkoming van de arbeidsovereenkomst.

De zaak werd in eerste aanleg behandeld door de kantonrechter te Amsterdam, waarna het gerechtshof te Amsterdam het vonnis bevestigde. Tegen het arrest van het hof stelde de eiser beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen. De klachten van de eiser konden niet leiden tot cassatie en behoefden geen nadere motivering omdat zij niet relevant waren voor rechtsontwikkeling of rechtseenheid. De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het hof dat de wilsovereenstemming over de essentiële elementen van de arbeidsovereenkomst ontbrak.

De uitspraak benadrukt het belang van het Haviltex-criterium bij de beoordeling van wilsovereenstemming in arbeidsrechtelijke geschillen. De eiser werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de eiser wordt veroordeeld in de kosten.

Uitspraak

26 november 2010
Eerste Kamer
09/02193
DV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. L. Kelkensberg,
t e g e n
[Verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. R.A.A. Duk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 810760 CV EXPL 06-28529 van de kantonrechter te Amsterdam van 31 januari 2008;
b. het arrest in de zaak 200.003.970/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 24 februari 2009.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 384,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 26 november 2010.