ECLI:NL:HR:2010:BO0106
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onvoldoende bewijs onjuistheid getuigenverklaring
De zaak betreft een aanvrage tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te Arnhem waarin de aanvrager was veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf wegens poging tot moord. De aanvrage was gebaseerd op nieuwe verklaringen van betrokkenen uit Iran, die stelden dat de aanvrager onterecht werd beschuldigd en dat de belastende verklaring vals zou zijn.
De Hoge Raad herhaalt de criteria voor herziening zoals neergelegd in artikel 457 Sv Pro, waarbij alleen nieuwe, feitelijke omstandigheden die het vermoeden wekken dat het oorspronkelijke onderzoek tot een vrijspraak of minder zware straf zou hebben geleid, tot herziening kunnen leiden.
Na beoordeling van de overgelegde documenten en verklaringen oordeelt de Hoge Raad dat de redenen voor het terugkomen op de belastende verklaring onvoldoende zijn om aan te nemen dat deze onjuist is. Er is geen ernstig vermoeden dat het onderzoek anders had moeten verlopen.
Daarom wordt de aanvrage tot herziening afgewezen. Het arrest van het hof blijft ongewijzigd en de veroordeling tot acht jaar gevangenisstraf blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvrage tot herziening af wegens onvoldoende bewijs voor onjuistheid van de belastende getuigenverklaring.