Conclusie
Nummer21/02469 H
De procedure in herziening
op 15 november 2005 te Nijmegen opzettelijk en met voorbedachten rade J.L.B. Sévèke van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte opzettelijk na kalm beraad en rustig overleg, met een vuurwapen meerdere patronen heeft afgevuurd op voornoemde J.B.L. Sévèke, welke patronen voornoemde Sévèke hebben getroffen, tengevolge waarvan voornoemde persoon is overleden.”
formeel kenbaar gemaakt” niet degene te zijn geweest die Sévèke heeft gedood; hij is naar eigen zeggen op andere wijze betrokken geweest bij de dood van Sévèke.
De actievoerder achterna. Over een snelle bekentenis en een late ontkenninguit de reeks Project gerede twijfel. [1] Dit boek is de neerslag van een onderzoek dat is uitgevoerd door studenten van de Vrije Universiteit Amsterdam onder begeleiding van (onder andere) de medeauteurs dr. J.J. van der Kemp, hoofddocent criminologie, en prof. dr. P.J. van Koppen, hoogleraar rechtspsychologie.
De weging van de voorgestelde nova en van de bewijsvoering: inleiding
Bij de beantwoording van de vraag of een in een herzieningsaanvraag aangeduid nieuw gegeven het in artikel 457 lid Pro 1, aanhef en onder c, Sv bedoelde ernstige vermoeden wekt, moet de gehele bewijsvoering van de rechter worden betrokken. Het gaat er daarbij om of het nieuwe gegeven, in het licht van enerzijds wat is aangevoerd in de herzieningsaanvraag en anderzijds de door de rechter gebruikte bewijsmiddelen en (eventuele) nadere bewijsoverwegingen, dat ernstige vermoeden wekt.” [2]
De zaak
Opsporing Verzocht. Kort na de uitzending lieten de ouders van de verzoeker aan de politie weten dat zij op deze beelden een van hun zoons, de verzoeker, herkenden. [19] De verzoeker woonde in het verleden in Nijmegen, een aantal jaren in Antwerpen, [20] en verbleef sinds kort in Barcelona, aldus de ouders. Tevens overhandigden de ouders van de verzoeker aan de politie de sleutel van een door de verzoeker gehuurde opslagbox bij Shurgard.
[titel 3]” en met als ondertitel “
[titel 3]”. [22] Uit onderdelen daarvan kan worden opgemaakt dat de auteur ervan had deelgenomen aan de krakersbeweging te Nijmegen, dat hij er onterecht van werd beschuldigd dat hij infiltrant was, dat hij werd achtervolgd en in de gaten gehouden door de BVD [23] en/of de CID en door “
bureautjes als [getuige 20] & Jansen en OBIV”, [24] , [25] dat hij anarchist was maar door deze beschuldigingen met lege handen stond, dat hij rekeningen ging vereffenen en dat er nog een afrekening zou komen. [26] Op een in beslag genomen cd-rom was een tekst opgeslagen met als titel “
[titel 2]” en met als subtitel “
[titel 2]”, waarin de auteur in de derde persoon schrijft maar waarvan de inhoud in relatie stond met het hiervoor genoemde autobiografische document. Op een laptop die eveneens was aangetroffen in een opslagbox bleek een meer uitgebreide versie van het autobiografisch document aanwezig, alsook een meer uitgebreide versie van de als tweede genoemde tekst. [27] Bij de in beslag genomen goederen bevond zich ten slotte ook een boekje met een begeleidend schrijven van de hand van onder andere Louis Sévèke. Een en ander was aanleiding voor het onderzoeksteam Vlinder om contact op te nemen met het TGO Bamboe. [28] Daardoor werd in het onderzoek naar de moord op Sévèke de aandacht gevestigd op de verzoeker.
voorafgaandeaan zijn aanhouding en zijn verhoren – de verdenking van moord opleverde.
doorgaans tenger” soms iets forser, met kortgeknipt haar, zonder bril. Verscheidene getuigen hebben van de schutter een (globaal) signalement gegeven. [30] Hieruit compileerde de politie het navolgende signalement: “
Een blanke man; Leeftijd 25-40 jaar; Lengte 1.80m tot 1.90m; Normaal tot slank postuur. Kaal tot kort haar; (..).” [31]
een Belgisch accent”, een “
Zuid-Nederlands accent” of een zachte g. [33] Dit stemt overeen met verklaringen van getuigen in de Vlaamsegas die melding hebben gemaakt van een man die afkomstig was van de plaats waar Sévèke bleek te zijn neergeschoten en die tegen hen zei: “
Er wordt daar geschoten, bel de politie.” [34]
eneen donkergekleurde tas zichtbaar. [42]
[titel 2]” beschrijft de verzoeker de modus operandi van een bankovervaller die in z’n eentje een bank overvalt door gewapend naar binnen te lopen. Na de overval rent de dader weg en verkleedt hij zich in een stil steegje door zijn ‘werkkleding’ te vervangen door kleding die hij in zijn rugzak heeft meegenomen én door zijn rugzak in de plastic tas te doen die hij in die rugzak had bewaard. [43] Daarna loopt de bankovervaller onopvallend weg. Ook in zijn autobiografie beschrijft (adviseert) de verzoeker een modus operandi voor bankovervallen waarin het omkleden een centrale rol vervult, [44] alsook het onopvallende gebruik van het openbaar vervoer door de dader, in plaats van de aanwending van een vluchtauto (hetgeen mogelijk meer opvalt). [45]
met lege handen” stond, terwijl hij een anarchist was. Hij wilde daarom “
rekeningen vereffenen”.
mijn lijst” en “
de hitlist” die de verzoeker van plan was te gaan afwerken. [47] Op een van de twee handgeschreven vellen viel onder meer te lezen: “
Ik heb me zevenendertig jaar lang beheerst. Dat is lang genoeg denk ik. (…). De rekeningen ga ik vereffenen. En ik begin bovenaan op de lijst met mensen die me zodanig belazerd en verraden hebben dat ‘vergeten en vergeven’ geen optie is. Het zijn nooit loze woorden geweest. Wat ik me voorneem, voer ik altijd uit. Bovenaan staan de mensen uit Nijmegen die me verraden hebben, die me uitgemaakt hebben voor infiltrant. En daarmee hebben ze mijn leven verwoest. In feite hebben ze mij toen vermoord. ’t Wordt tijd met gelijke munt terug te betalen. (…).” Deze tekst is geschreven op de achterzijde van een uitdraai van internet, die dateert van 30 oktober 2005. [48] In geen van deze autobiografische documenten worden namen genoemd van personen op wie de rancune van de verzoeker zich richt, maar wordt in dit verband wel verwezen naar Buro Jansen & [getuige 20] en het OBIV (van Louis Sévèke).
De tragiek van een geheime dienst(1990), waarvan de uitgave door de civiele rechter verboden werd, terwijl hij onder de vlag van het OBIV medeauteur was van
Operatie Homerus: spioneren voor de BVD(1998). [51] Juist om die reden onderzochten TGO Bamboe en de Rijksrecherche tevens scenario’s waarin een rancuneuze politieman of inlichtingenman de dader was van de moord. [52]
Revenge is a dish best served cold”, waarin onder meer de volgende passage is opgenomen: “
(…) dat het tijd is de rekening te vereffenen. Dat moment was aangebroken… En aldus geschiedde ….” [54] En op pagina 135 van de digitale versie van de autobiografie (nummering politie) staat: “
Degene die met die onzin en die beschuldigingen begonnen is, heeft inmiddels de rekening gepresenteerd gekregen.” [55]
De graaf van Monte-Cristo(1844) van Alexandre Dumas. [56] Deze Edmund Dantes zocht vanaf 16 juli 2005 via de e-mail contact met het OBIV, [57] met de cryptische mededeling dat hij overwoog om schoon schip te maken en daarover een gesprek wilde aangaan. Daarop vonden enkele e-mailwisselingen met Sévèke plaats. Met louter digitaal opsporingsonderzoek kon niet worden achterhaald wie gebruikmaakte van dit pseudoniem en van het bijbehorende e-mailaccount edmunddantes2005@hotmail.com, alleen dat het account op 16 juli 2005 was aangemaakt, vanaf welk IP-adres dat was gebeurd en vanaf welke drie IP-adressen het e-mailaccount was gelogd. Die IP-adressen bleken telkens toe te behoren aan internetcafés, en wel in Nijmegen (één) en Antwerpen (twee). [58] Deze internetcafés waren gelegen op locaties niet ver van waar de verzoeker woonachtig was (geweest). [59]
“(…). Hij voert zijn gewiekste wraakplan uit, maar hoe zoet moet die precies zijn? Count of MonteCristo”. [60] Ook Sévèke was zich er blijkens een door hem geschreven e-mail van bewust dat Edmund Dantes een personage betrof uit de roman
De graaf van Monte-Cristo. [61] De gedachte dat ‘Edmund Dantes’ met hem contact zocht in zijn hoedanigheid van wreker, kwam echter niet (aantoonbaar) bij hem op. [62]
De aanhouding en uitlevering van de verzoeker
De verhoren van de verzoeker
Earth Liberation Front, zoals de bomaanslag op het Franse consulaat en de bomaanslag op BASF. [65]
Louis stond bovenaan de lijst en die is klaar. We zijn nu bijna twee jaar verder en er is verder niets meer gebeurd.”
Er is iemand neergeschoten, bel de politie”. Even verderop stond nog een jongen waartegen hij nog een keer heeft gezegd “
bel de politie”. De verzoeker heeft zich in die smalle straat omgekleed. Hij heeft zijn zwarte jas uitgetrokken en in zijn tas gedaan. De tas heeft hij in een plastic tas gedaan. De plastic tas was van MediaMarkt. [73]
Een toetsing van de bekentenissen van de verzoeker
Ik neem aan dat het eerste schot, de linkerloop, de hagel was en het tweede schot, met de rechterloop meen ik, de Brenneke munitie”.
De bestreden veroordeling
Verdachte heeft ter terechtzitting, evenals hij eerder tegenover de politie heeft gedaan, bekend dat hij J.L.B. Sévèke op 15 november 2005 in Nijmegen met een vuurwapen heeft gedood. Zijn desbetreffende verklaringen zijn zeer gedetailleerd wat betreft de voorbereidingen, de wijze waarop het feit is gepleegd en het verlaten van de plaats van het misdrijf. De verklaringen van verdachte bevatten elementen die als daderkennis zijn te beschouwen. Ook heeft verdachte een motief voor het doden van Sévèke genoemd.
Het verzoek tot herziening. Novum I
[titel 1], heeft gepubliceerd, waaruit (als productie 4) passages zijn overgenomen, een brief d.d. 8 oktober 2008 aan de auteur A.F.Th. van der Heijden (productie 5), en een brief aan het advocatenkantoor Anker & Anker d.d. 21 juni 2009 (productie 6).
Effe een lesje leren. Die Luger van jou komt dan ook van pas.” De verzoeker leverde binnen dit samenwerkingsverband inderdaad het wapen en de (verschillende soorten) munitie.
“[5] Nieuwe verklaring over de moord op Louis Seveke
Periode voorafgaand aan de moord
’. Alsof je letterlijk en figuurlijk je ziel verliest. Het maakte me niet meer uit of ik leefde of dat ik ter plekke dood neer zou vallen. Die gemoedstoestand is dus een van de oorzaken van de ellende die het tot gevolg heeft gehad.
De laatste twee weken voor 15 november
Dinsdag 15 november 2005
’. Toen duurde het nog een tijdje tot de melding kwam: ‘Hij verlaat het pand
' en 'Hij is alleen
’. Even later gevolgd door een fluisterende stem: ‘Hij komt me tegemoet.
’ Dan hoor ik niets meer tot er een knal klinkt. Daarna volgt er nog een knal. En even later 'Bel de politie, er wordt daar geschoten
’. En: ‘Wie…?!
’ gevolgd door 'Bel de politie
’. En toen ben ik dus in paniek de wagen uit gesprongen en ben naar het station gerend.
Periode na 15 november
Het verzoek tot herziening. Novum II
De actievoerder achterna. Over een snelle bekentenis en een late ontkenning(reeks Project gerede twijfel), Den Haag: Boom criminologie 2020. Als ik hieronder de auteurs van dit werk en de overige leden van de projectgroep bedoel, dan schrijf ik: Van Koppen e.a. Door de raadsman geselecteerde passages uit het werk van Van Koppen e.a. heeft hij opgenomen en besproken in het herzieningsverzoek (p. 35-49).
In de onderhavige zaak zijn twee scenario’s aan de orde. In beide scenario’s heeft de verzoeker een rol gespeeld bij de moord op Sévèke. In het daderscenario is hij de schutter geweest. In het ontvoeringsscenario heeft de verzoeker voor de enigmatische [betrokkene 1] wel gezorgd voor het wapen, de kleding en de tassen, maar is hij niet de schutter en weet hij ook niet wie de schutter is. Over dat laatste zijn vervolgens wel weer allerlei scenario’s mogelijk. Eén daarvan is dat de schutter iemand uit politiekringen of de veiligheidsdiensten was. Over dat laatste hebben we bijzonder weinig informatie. Dat komt omdat het onderzoek dat daarnaar is gedaan door de Rijksrecherche niet in het dossier is gevoegd. Of dat onderzoek grondig was en wat de betekenis ervan was, kunnen wij niet beoordelen. Wij beperken ons in de conclusie daarom tot een afweging van het daderscenario tegen het ontvoeringscenario.
Een bespreking van de twee voorgestelde nova
Benadering A
in principeniets afweet over datgene waarvan hij wordt beschuldigd.
waarom zou je [nog] geen dag later een bankoverval plegen met [een] gammel alarmpistool waarvan het magazijn er om de haverklap uitvalt, wanneer je nog de beschikking hebt over een jachtgeweer? Ook is het niet erg geloofwaardig dat je ‘op goed geluk’ naar Nijmegen reist, en dat het slachtoffer precies die avond een zogenaamd Pandoverleg heeft, en dat je hem niet alleen ook nog eens ‘toevallig’ tegenkomt, maar ook nog eens op een ideale plek voor een afrekening. En dat die afrekening daarbovenop ook nog professioneel wordt uitgevoerd.” [85]
gefabriceerden waarin (i) niet hijzelf, maar een of meer fictieve personen daders zijn, waarin (ii) de verzoeker omtrent die dader(s) zodanig weinig of slechts globale informatie verschaft dat die persoon of personen toch niet werkelijk te traceren zou(den) zijn, waarin (iii) de verzoeker tijdens het delict zou hebben mogen meeluisteren via een portofoon en langs die weg op de hoogte kwam van informatie die door de politie en uiteindelijk ook door de rechter (vermoedelijk) als daderkennis is bestempeld, en waarin (iv) andere, de verzoeker belastende informatie wordt ‘weggeredeneerd’ vanwege een beperkte mate van betrokkenheid bij (de voorbereiding van) het delict die hij zichzelf in deze lezing toedicht.
defence fallacywordt genoemd. De chronologie waarin de verzoeker bij de politie in beeld is gekomen is van belang. Het oog van TGO Bamboe viel
nietop de verzoeker vanwege zijn mogelijke gelijkenis met de schutter. Als dat wél zo zou zijn geweest, zou de verzoeker zich wat betreft de mate van verdenking tegen hem (inderdaad) in dezelfde positie hebben bevonden als iedere andere persoon die past in de omschrijving die getuigen van de schutter hebben gegeven. De verzoeker werd echter niet vanwege zijn uiterlijk subject van onderzoek, maar vanwege de inhoud van teksten die in de door de verzoeker gehuurde opslagboxen waren aangetroffen. Pas daarna bleek van overeenkomsten tussen de uiterlijke kenmerken van de verzoeker en het signalement van de schutter (en van de afwezigheid van significante verschillen). Een cruciale vraag is dan wat de kans is dat een willekeurige persoon die op andere gronden tot subject van onderzoek is bestempeld voldoet aan het signalement van de schutter. Hoe kleiner die kans is, hoe meer belastend dat is voor de verzoeker.
De graaf van Monte-Cristo– de samenwerking met anderen is aangegaan, zoekt men in die autobiografie tevergeefs. Kortom, het autobiografische materiaal van de verzoeker zelf biedt méér steun voor het daderscenario dan voor het ontvoeringsscenario.
Ik neem aan dat het eerste schot, de linkerloop, de hagel was en het tweede schot, met de rechterloop meen ik, de Brenneke munitie”. Hierover wil ik nog wel opmerken dat de verzoeker kennelijk in een onjuiste veronderstelling verkeerde over de werking van dit type jachtgeweer, en dan met name de volgorde waarin de twee lopen van dit type jachtgeweer de kogels plegen af te vuren. Bij juxtaposé jachtgeweren (dat wil zeggen jachtgeweren met twee lopen naast elkaar) behoort de voorste trekker bij de rechter loop, aldus de politie. [91] Verzoekers verklaring strookt dus juist wél met de werkelijkheid voor zover hij ‘aanneemt’ dat de Brenneke-patroon was aangebracht in het magazijn van de rechter loop, en de hagelmunitie in het magazijn van de linker loop.
vanuit de heupafvuurde, [92] een goede verklaring biedt voor de enigszins opgaande lijn die het Brenneke-projectiel door het bovenlichaam van het slachtoffer heeft afgelegd. Tevens deelde de verzoeker met juistheid mee dat het slachtoffer na het eerste schot niet (onmiddellijk) dood was en dat de verzoeker de tweede keer schoot op een moment dat het slachtoffer al op de grond lag.
Er wordt daar geschoten, bel de politie” een Marokkaan was. Dat meldde de verzoeker (volgens het proces-verbaal) spontaan. Nadat de verhoorder vroeg of hij in het steegje (de Vlaamsegas) nog mensen was tegengekomen, antwoordde de verzoeker namelijk: “
Ja absoluut. Een Marokkaanse jongen en nog een jongen. Ik heb gezegd ‘iemand neergeschoten, bel de politie’.” [93] De getuige [getuige 3] is inderdaad van Marokkaanse komaf. [94]
Zo heb ik verklaard dat ik de tas op de grond had gezet en het geweer eruit had gehaald voordat ik Sévèke twee keer in de rug schoot, terwijl alle getuigen verklaren dat de tas bij de dader de hele tijd om de schouder hing.” [95]
onervaren”) verzoeker met de werking van dit type jachtgeweer.
indertijdnauwelijks van elkaar onderscheidden. De stoep was ten opzichte van het wegdek niet verhoogd, er waren geen trottoirbanden en het plaveisel van het wegdek en van de stoep bestond uit klinkers van nagenoeg dezelfde kleur.
vanuit de heup, (2) het tweede schot vond plaats toen het slachtoffer al naar de grond was gegaan, maar nog wel leefde, en (3) de Marokkaanse komaf van de getuige in de Vlaamsegas, betreffen (waarschijnlijk) correcte mededelingen van de verzoeker die zich (zeer) slecht laten verklaren in het ontvoeringsscenario. Als niet blijkt dat de verzoeker op andere wijze dan doordat hij zelf de dader is van deze zeer specifieke omstandigheden op de hoogte is geraakt (daarop kom ik terug), laten zij zich uitsluitend goed verklaren in het daderscenario.
tegenhet ontvoeringsscenario, aangenomen dat een portofoon groot genoeg is om op te vallen.
“analyse laat zien dat van de details die hij aan de politie vertelde, vrijwel alles kon worden teruggevonden in de media.” Die conclusie is opmerkelijk omdat tevens wordt gesteld dat de politie details omtrent het wapen, bepaalde aspecten van de wijze waarop is geschoten, de aard van de verwondingen bij het slachtoffer, en de afkomst van de getuige in de Vlaamsegas niet naar buiten heeft gebracht, terwijl Van Koppen e.a. die informatie (inderdaad) niet hebben aangetroffen in de media. De aangehaalde conclusie laat zich slecht rijmen met deze bevinding. De duivel zit in de details. Hoeveel informatie over het misdrijf ook naar buiten is gebracht, als een verdachte toch nog details weet te melden waarvan alleen de dader op de hoogte kan zijn, dan is dat zeer belastend voor hem.
Benadering B
kanhet intrekken van een eerder afgelegde verklaring onder omstandigheden inderdaad als een nieuw gegeven in de zin van artikel 457 lid Pro 1, aanhef en onder c, Sv worden aangemerkt.