ECLI:NL:HR:2010:BO1363
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende goede trouw schuldenaar
De zaak betreft een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (WSNP). De rechtbank Haarlem wees het verzoek af op grond van onvoldoende aannemelijkheid dat de schuldenaar te goeder trouw was. Het gerechtshof Amsterdam bevestigde dit oordeel in het arrest van 28 mei 2010.
De verzoeker stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad overwoog dat de aangevoerde klachten geen aanleiding geven tot cassatie, mede omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.
Uiteindelijk verwierp de Hoge Raad het cassatieberoep en bevestigde daarmee de afwijzing van het verzoek tot schuldsanering. Dit arrest bevestigt de strenge toets aan de goede trouw van de schuldenaar zoals bedoeld in artikel 288 lid 1 sub b van Pro de Faillissementswet.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van goede trouw van de schuldenaar.