ECLI:NL:HR:2010:BO2873

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/02569
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:23 lid 1 BWArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt tijdigheid beroep koper op garanties bij koopovereenkomst

In deze zaak stond centraal of de koper tijdig beroep had gedaan op de garanties die in de koopovereenkomst waren opgenomen. De procedure begon bij de rechtbank Amsterdam, waarna het gerechtshof Amsterdam in twee arresten uitspraak deed. Beide arresten werden aangevochten door de koper middels cassatie bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het beroep van de koper verworpen. De kern van de overweging is dat de klachttermijn zoals bedoeld in artikel 7:23 lid 1 BW Pro wordt gefixeerd door de lengte van de contractuele garantietermijn. Dit betekent dat de koper zijn klachten binnen de overeengekomen termijn moet melden om zijn rechten te behouden.

De Hoge Raad zag geen aanleiding om de klachten van de koper te honoreren, mede omdat de klachten niet leidden tot rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De kosten van het cassatiegeding werden aan de zijde van de koper vastgesteld en opgelegd.

Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2010.

Uitkomst: Het beroep van de koper wordt verworpen omdat het beroep op garanties niet tijdig was gedaan binnen de contractuele garantietermijn.

Uitspraak

17 december 2010
Eerste Kamer
09/02569
RM/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiseres 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [Eiser 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaten: mr. J.W.H. van Wijk en mr. S.M. Kingma,
t e g e n
[Verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. W.P. den Hertog.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 327372/HA ZA 05-2996 van de rechtbank Amsterdam van 21 december 2005 en 12 juli 2006;
b. de arresten in de zaak 106.005.771 (rolnummer 1669/06) van het gerechtshof te Amsterdam van 15 mei 2008 en 31 maart 2009.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen beide arresten van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 1.321,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, W.A.M. van Schendel, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 17 december 2010.