ECLI:NL:PHR:2010:BO2873
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldigheid contractuele garantietermijn en uitleg klachttermijn in koopovereenkomst aandelen
Deze zaak betreft een geschil over de uitleg en toepassing van garanties in een koopovereenkomst van aandelen in een besloten vennootschap, waarbij de koper schadevergoeding vordert wegens schending van garanties over het eigen vermogen en fiscale verplichtingen.
De kern van het geschil is of de koper tijdig beroep heeft gedaan op de garanties binnen de in de overeenkomst vastgestelde termijn tot 30 juni 2003, en of deze termijn tevens de klachttermijn ex artikel 7:23 lid 1 BW Pro bepaalt. De rechtbank wees de vorderingen af wegens het niet overschrijden van de contractuele drempelbedragen, maar het hof stelde de vordering grotendeels in het gelijk na bewijslevering en oordeelde dat de claims tijdig waren ingediend.
De Hoge Raad bevestigt dat de contractuele garantietermijn ook als klachttermijn kan gelden en dat het hof deze termijn juist heeft uitgelegd. Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de bewijslast omtrent tijdig klagen bij de koper ligt zodra de verkoper dit gemotiveerd betwist, en dat het hof terecht de feitelijke beoordeling van oninbaarheid van vorderingen heeft gemaakt. Het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen; de koper heeft tijdig beroep gedaan op garanties binnen de contractuele termijn die tevens de klachttermijn bepaalt.