ECLI:NL:HR:2010:BO3632
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bevoegdheid uitvaardigen dwangbevel na schriftelijke aanmaning zonder kennisname aanslagbiljet
In deze zaak is aan belanghebbende een dwangbevel betekend ter invordering van naheffingsaanslagen loonbelasting/premie volksverzekeringen, waarvoor hij aansprakelijk is gesteld. Na bezwaar en uitstel van betaling heeft de ontvanger een schriftelijke aanmaning gestuurd, waarna het dwangbevel is uitgevaardigd met kosten invordering.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en verminderde de kosten tot nihil, maar het Hof vernietigde deze uitspraak en bevestigde de kosten. Belanghebbende stelde in cassatie dat voor het uitvaardigen van het dwangbevel vereist is dat hij kennis heeft genomen van het aanslagbiljet of de intrekking van het uitstel van betaling, hetgeen volgens hem niet het geval was.
De Hoge Raad oordeelde dat kennisname van de schriftelijke aanmaning voldoende is om te spreken van in gebreke blijven en dat geen aanvullende eis geldt dat de schuldenaar kennis moet hebben genomen van het aanslagbiljet of de intrekking van het uitstel. Ook de stelling dat de kosteninvordering in strijd zou zijn met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol EVRM faalt, ook niet bij een structurele en substantiële overdekking van de kosten.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en bevestigde daarmee de bevoegdheid van de ontvanger om het dwangbevel uit te vaardigen en de kosten in rekening te brengen zoals wettelijk bepaald.
Uitkomst: Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de bevoegdheid tot uitvaardiging van het dwangbevel en de kosteninvordering.