ECLI:NL:HR:2010:BO4927

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/03167
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen uitzondering op het verschoningsrecht van de notaris bij uitleg testament

In deze zaak stond de uitleg van een testament centraal, waarbij de vraag speelde of het verschoningsrecht van de notaris doorbroken kon worden. De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie en bevestigt dat het verschoningsrecht, zoals bedoeld in het arrest van 13 januari 2006 (NJ 2006/480), ook in dit geval van toepassing is.

De procedure omvatte eerdere vonnissen en arresten van lagere instanties, waarbij het hof het beroep van eiseres verwierp. Eiseres stelde vervolgens cassatieberoep in tegen deze arresten. De notaris verzocht tot verwerping van het cassatieberoep, terwijl verweerster in cassatie verstek liet gaan.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen uitzonderingen op het verschoningsrecht van de notaris gelden. Het beroep wordt verworpen en eiseres wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verschoningsrecht van de notaris blijft onverkort van toepassing.

Uitspraak

24 december 2010
Eerste Kamer
09/03167
EE/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
1. [Verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen,
2. [De notaris],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel.
Eiseres tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en verweersters in cassatie ieder afzonderlijk als [verweerster] en de notaris.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 71788/HA ZA 06-86 van de rechtbank Roermond van 12 juli 2006,
b. de arresten in de zaak HD 103.004.192 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 29 januari 2008 en 9 december 2008.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen voornoemde arresten van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De notaris heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de notaris mede door mr. M.P.M. Martens, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil en aan de zijde van de notaris begroot op € 384,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 24 december 2010.