ECLI:NL:PHR:2010:BO4927
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg testament en toepassing verschoningsrecht notaris bij erfrechtelijk geschil
In deze zaak staat de uitleg van een testament centraal, waarbij de vraag speelt of het testament na beëindiging van een affectieve relatie is herroepen. Daarnaast is het verschoningsrecht van de notaris als getuige aan de orde gekomen.
De feiten betreffen een testament uit 1992 waarbij een vruchtgebruik en erfstelling aan een vriendin werden toegekend. Na beëindiging van de relatie en latere hertrouw van de erflater ontstond een geschil tussen de voormalige partner en de nieuwe echtgenote over de erfgenaamstatus. De rechtbank en het hof oordeelden dat het testament niet was herroepen en wezen de vorderingen van de voormalige partner af.
Het hof heeft het verschoningsrecht van de notaris bevestigd bij het weigeren van beantwoording van vragen tijdens een getuigenverhoor, waarbij het hof zich baseerde op de maatstaf uit eerdere jurisprudentie. Het cassatieberoep klaagde over de toepassing van dit verschoningsrecht, maar de Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat het verschoningsrecht ook geldt bij adviesaanvragen over een testament.
De Hoge Raad benadrukte dat het aan de notaris zelf is om te beoordelen wat als vertrouwelijk geldt en dat de rechter het beroep op het verschoningsrecht slechts mag verwerpen als er geen redelijke twijfel bestaat over het behoud van vertrouwelijkheid. Het cassatieberoep werd daarom verworpen met toepassing van artikel 81 RO Pro.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verschoningsrecht van de notaris bevestigd.