ECLI:NL:HR:2010:BO7508
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing forfaitair voordeel op buitenlandse en Nederlandse deelnemingen in inkomstenbelasting
Belanghebbende was enig aandeelhouder van vennootschappen gevestigd in de Nederlandse Antillen die deelnemingen hielden in Nederlandse vennootschappen. Voor de jaren 2002 en 2003 werden aanslagen inkomstenbelasting opgelegd waarbij een forfaitair voordeel werd toegepast op het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang.
De Rechtbank verklaarde het beroep voor 2002 ongegrond en voor 2003 gegrond, waarbij de aanslag voor 2003 werd verminderd. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen de uitspraak van de Rechtbank.
De Hoge Raad oordeelde dat de regeling van het forfaitair voordeel onder de standstill-bepaling van artikel 57 EG Pro valt en dus geen verboden belemmering van het kapitaalverkeer vormt. Tevens is er geen grond voor het uitsluiten van Nederlandse deelnemingen van de heffingsmaatstaf. Het cassatieberoep werd ongegrond verklaard.
De Hoge Raad wees geen proceskosten toe en bevestigde hiermee de eerdere uitspraak van de Rechtbank.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de aanslagen worden bevestigd met toepassing van het forfaitair voordeel.