ECLI:NL:RBSGR:2010:BL8819
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. van Kempen
- R.C.H.M. Lips
- J.W. van der Voort
- Rechtspraak.nl
Beoordeling forfaitair rendement en vrije kapitaalverkeer bij Nederlandse Antillen
Eiser, enig aandeelhouder van een vennootschap gevestigd op de Nederlandse Antillen, betwistte de door verweerder opgelegde aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) voor de jaren 2002 en 2003. De aanslagen waren berekend op basis van een forfaitair rendement over de aandelenbelangen, zoals bedoeld in de Wet IB 2001.
Eiser stelde primair dat de regeling inzake het forfaitaire rendement in strijd was met het vrije verkeer van kapitaal (artikel 56 EG Pro) en subsidiair dat het forfaitaire rendement onjuist was vastgesteld omdat het ook betrekking had op middellijk gehouden deelnemingen in Nederlandse vennootschappen. De rechtbank onderzocht de toepassing van de regeling aan de hand van het EG-verdrag, het vierde deel van het EG-verdrag en het LGO-besluit, waarbij de Nederlandse Antillen als land en gebied overzee werden betrokken.
De rechtbank oordeelde dat de regeling niet in strijd is met het vrije verkeer van kapitaal vanwege de uitzondering in artikel 57 EG Pro en dat de vrijheid van vestiging niet van toepassing is op de Nederlandse Antillen. Ook was er geen strijd met het LGO-besluit. Het subsidiaire beroep faalde omdat de wetstekst duidelijk was en de regeling expliciete uitzonderingen bevatte. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de aanslag 2002 ongegrond en het beroep tegen de aanslag 2003 gegrond, waarbij de aanslag 2003 werd verminderd tot het door eiser aangegeven inkomen.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Uitkomst: Beroep tegen aanslag 2002 ongegrond, beroep tegen aanslag 2003 gegrond met vermindering aanslag en vergoeding proceskosten.