ECLI:NL:HR:2010:BO7512
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WSNP wegens niet-naleving afdrachtverplichting en nieuwe schulden
De zaak betreft een verzoekster die in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) een verzoek tot cassatie heeft ingediend tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam. Het hof had de WSNP tussentijds beëindigd op grond van artikel 350, lid 3, onder c en d van het Faillissementswetboek, vanwege het niet naleven van de afdrachtverplichting en het laten ontstaan van nieuwe bovenmatige schulden.
De Hoge Raad verwijst voor het geding in feitelijke instanties naar het vonnis van de rechtbank Amsterdam en het arrest van het gerechtshof Amsterdam. De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
Daarmee bevestigt de Hoge Raad het tussentijds beëindigen van de WSNP en wijst het cassatieberoep af. Het arrest is gewezen door de raadsheren Hammerstein, Bakels en Asser en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Numann op 24 december 2010.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de tussentijdse beëindiging van de WSNP wordt bevestigd.