ECLI:NL:HR:2011:BN9276
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- C.H.W.M. Sterk
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep in cassatie inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
De zaak betreft een beroep in cassatie van betrokkene tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 29 april 2009, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel was toegewezen.
Betrokkene, destijds gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Vught, werd bij dit arrest geconfronteerd met een maatregel van profijtontneming. De advocaat van betrokkene heeft een middel van cassatie ingediend, maar de Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat, gelet op artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering, geen nadere motivering noodzakelijk is omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad en uitgesproken op 1 februari 2011, waarbij het beroep van betrokkene is verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.