ECLI:NL:HR:2011:BO2593
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek fotoconfrontatie wegens onwaarschijnlijk relevant resultaat na tijdsverloop
In deze strafzaak tegen de verdachte, geboren in 1991, is het hof tot een bewezenverklaring gekomen dat de verdachte op 22 november 2007 te Amsterdam wederrechtelijk een Tom Tom en een Nokia-telefoon uit een bestelauto heeft weggenomen. De bewijsvoering berust op verklaringen van meerdere getuigen, waaronder de benadeelde, en politieprocessen-verbaal met onder meer een opsporingsconfrontatie waarbij de aangever de verdachte herkende op een foto.
De verdediging verzocht in hoger beroep om een fotoconfrontatie met getuige [getuige 2], die de verdachte mogelijk had kunnen herkennen. Het hof wees dit verzoek af omdat het tijdsverloop sinds het delict te lang was en de getuige zelf had verklaard dat zij de verdachte moeilijk zou kunnen herkennen. De Hoge Raad bevestigde deze afwijzing en oordeelde dat het hof niet vooruitliep op de mogelijke verklaring van de getuige bij een fotoconfrontatie.
Daarnaast klaagde de verdediging over een overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase. De Hoge Raad stelde vast dat de termijn was overschreden, mede gezien de toepassing van het jeugdrecht, maar verbond hieraan geen rechtsgevolg gezien de korte duur van de opgelegde jeugddetentie en de mate van overschrijding.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en handhaafde het arrest van het hof, waarbij het verzoek tot fotoconfrontatie werd afgewezen en de redelijke termijnoverschrijding werd erkend zonder gevolgen.
Uitkomst: Het verzoek tot het houden van een fotoconfrontatie werd afgewezen en het cassatieberoep verworpen.