ECLI:NL:HR:2011:BO3400
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest bedreiging met zware mishandeling wegens ontoereikende motivering bewezenverklaring
In deze zaak stond de vraag centraal of verdachte het slachtoffer had bedreigd met zware mishandeling door middel van een sms-bericht waarin werd gedreigd dat er mensen langs zouden gaan bij de moeder van het slachtoffer. Het hof had bewezenverklaard dat verdachte het sms-bericht had verzonden en dat het slachtoffer hierdoor vrees had gekregen. De verdediging voerde aan dat het bericht dubbelzinnig was en geen bedreiging inhield.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat verdachte op de hoogte was van een eerdere aangifte van bedreiging door zijn broer, hetgeen het hof als basis had genomen voor de bewezenverklaring. Hierdoor was de motivering ontoereikend en moest het arrest worden vernietigd. Daarnaast verduidelijkte de Hoge Raad dat het wettelijk kader van art. 285 Sr Pro niet vereist dat het bedreigde misdrijf zich tegen het slachtoffer zelf richt; bedreiging met een tegen een derde gericht misdrijf valt ook onder deze bepaling.
De zaak werd terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting. De Hoge Raad benadrukte dat de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer ook wordt beschermd wanneer de bedreiging zich richt op een derde, zoals in dit geval de moeder van het slachtoffer.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens ontoereikende motivering van de bewezenverklaring en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.