ECLI:NL:HR:2011:BO3645
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vraagt HvJ EU over omzetbelasting bij aandelenoverdracht en overgang onderneming
Belanghebbende verkocht in 1996 haar 30 procent aandelen in A BV aan D Plc, waarbij zij tevens haar managementtaken beëindigde. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op, die na bezwaar werd verminderd, maar het Hof vernietigde deze aanslag en verklaarde het beroep gegrond. De Staatssecretaris stelde cassatie in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad onderzocht of de overdracht van aandelen kan worden aangemerkt als de overgang van een algemeenheid van goederen of onderneming in de zin van de Zesde richtlijn omzetbelasting. Hierbij speelde de vraag of een aandelenoverdracht die samenhangt met beëindiging van managementwerkzaamheden een belastbare economische activiteit vormt of vrijgesteld is.
Het Hof van Justitie EU-arrest SKF werd betrokken bij de beoordeling, waarin werd geoordeeld dat overdracht van aandelen die een economische activiteit vormen in principe belastbaar is, maar vrijgesteld kan zijn indien gelijkgesteld met overgang van een onderneming. De Hoge Raad stelde vast dat de overdracht van een deel van de aandelen en de beëindiging van managementwerkzaamheden samenhangen en dat de vraag rijst of dit een overgang van een algemeenheid van goederen betreft.
De Hoge Raad stelde prejudiciële vragen over de uitleg van artikel 5, lid 8, en artikel 6, lid 5, van de Zesde richtlijn en schortte de procedure op totdat het Hof van Justitie hierover uitspraak heeft gedaan.
Uitkomst: De Hoge Raad schorst de procedure en legt prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie EU over de kwalificatie van aandelenoverdracht als overgang van een onderneming voor de omzetbelasting.