ECLI:NL:HR:2011:BO3976

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 april 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/00196
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep tegen niet-ontvankelijkverklaring in strafzaak

Op 26 april 2011 heeft de Hoge Raad der Nederlanden uitspraak gedaan in het cassatieberoep met nummer 09/00196, ingesteld door het Openbaar Ministerie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 17 december 2008. Het cassatieberoep betrof een niet-ontvankelijkverklaring in een strafzaak tegen een verdachte geboren in 1981.

De Advocaat-Generaal bij het Hof had een middel van cassatie voorgesteld, maar concludeerde tevens tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering geen nadere motivering nodig is, omdat het middel geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproept.

De Hoge Raad bevestigde hiermee de eerdere beslissing van het gerechtshof en wees het beroep af. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en vier raadsheren, in aanwezigheid van de griffier.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring door het gerechtshof.

Uitspraak

26 april 2011
Strafkamer
nr. 09/00196
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 17 december 2008, nummer 20/001732-08, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de Advocaat-Generaal bij het Hof. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Mede gelet op HR 26 april 2011, LJN BO4015, behoeft dit, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman, J.W. Ilsink, W.F. Groos en C.H.W.M. Sterk, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 26 april 2011.