ECLI:NL:PHR:2011:BO3976
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring OM wegens schending gedoogbeleid hennepteelt en bezit
In deze zaak werd verdachte vervolgd voor het telen en het aanwezig hebben van vijf hennepplanten en een hoeveelheid hennepproducten die daarvan afkomstig was, met een totaalgewicht van ruim 6 kilogram. De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat het handelen in strijd was met het onder verantwoordelijkheid van het OM tot stand gekomen gedoogbeleid, dat het telen en bezitten van maximaal vijf hennepplanten zonder strafvervolging toestaat.
Het hof stelde vast dat verdachte en medeverdachte inderdaad niet meer dan vijf planten hadden en dat er afstand was gedaan van de hennepplanten en producten. Het hof interpreteerde de Aanwijzing Opiumwet en Richtlijn strafvordering zo dat het telen en bezitten van maximaal vijf planten in beginsel niet strafrechtelijk wordt vervolgd, mits afstand wordt gedaan van de planten. Het hof oordeelde dat verdachte erop mocht vertrouwen dat ook het bezit van de van die planten afgescheiden hennepproducten niet strafrechtelijk zou worden vervolgd.
De advocaat-generaal voerde aan dat het gedoogbeleid niet van toepassing was omdat de hoeveelheid hennepproducten de gedooggrens van vijf gram ruimschoots overschreed. Het hof vond echter dat de beleidsregels geen nadere eisen stellen aan de omvang van de planten of de oogst en dat het niet strafrechtelijk vervolgen van het bezit van vijf planten ook geldt voor de oogst daarvan. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep van het OM ongegrond, waarmee het vonnis van niet-ontvankelijkverklaring werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens strijd met het gedoogbeleid.