ECLI:NL:HR:2011:BO4020
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijsredenering en motivering in cassatie tegen hofarrest
In deze strafzaak heeft de verdachte cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin het hof het vonnis van de rechtbank bevestigde. De klacht richtte zich op de bewijsredenering van het bewezenverklaarde, waarbij werd betoogd dat het hof onvolledig zou hebben gemotiveerd door te verwijzen naar volledige processen-verbaal.
De Hoge Raad oordeelt dat de werkwijze van het hof, waarbij in het arrest de redengevende feiten en omstandigheden zijn opgenomen en is verwezen naar de wettige bewijsmiddelen, in beginsel niet in strijd is met artikel 359, derde lid, Sv. Deze werkwijze bevordert de inzichtelijkheid en waarborgt dat de beslissing op controleerbare wijze is gebaseerd op wettige bewijsmiddelen.
De klacht dat verwijzing naar volledige processen-verbaal onvoldoende duidelijkheid geeft, mist feitelijke grondslag. Ook is niet gebleken dat de samenvatting ongeoorloofde conclusies bevat of dat de bewijsmiddelen zijn gedenatureerd. De Hoge Raad verwerpt daarom het cassatieberoep en bevestigt het hofarrest.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest bevestigd.