ECLI:NL:HR:2011:BO7525
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- C.E. Drion
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onvoldoende bewijs voor betalingsonmacht schuldenaar in faillissementsprocedure
In deze zaak stond centraal of de schuldenaar zich in een toestand bevond waarin hij was opgehouden met betalen, hetgeen een vereiste is voor het faillissement. De verzoekers stelden dat dit het geval was, maar de Hoge Raad oordeelde dat niet summierlijk was gebleken van feiten en omstandigheden die dit aantonen.
De rechtbank Rotterdam en het gerechtshof te 's-Gravenhage hadden eerder geoordeeld dat de schuldenaar gemotiveerd betwist had dat hij was opgehouden met betalen en dat onvoldoende was aangetoond dat dwangsommen waren verbeurd. De Hoge Raad onderschreef deze beoordeling en benadrukte de juiste toepassing van de bewijslastverdeling in faillissementszaken.
De conclusie van de Advocaat-Generaal was gericht op verwerping van het cassatieberoep, hetgeen de Hoge Raad volgde. De verzoekers werden veroordeeld in de kosten van het geding. Hiermee werd de beslissing van het hof bekrachtigd en het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens onvoldoende bewijs dat schuldenaar is opgehouden met betalen.