ECLI:NL:HR:2011:BO7533
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak Gerechtshof inzake voorlopige aanslag inkomstenbelasting
In deze zaak heeft de Minister van Financiën beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 28 april 2010, waarin een voorlopige aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen aan X te Z werd behandeld.
De Hoge Raad heeft op 10 juni 2011 het cassatieberoep van de Minister ongegrond verklaard, waarmee het arrest van het Gerechtshof in stand bleef. Hiermee werd bevestigd dat de opgelegde voorlopige aanslag rechtmatig was volgens het oordeel van het hof.
Het arrest sluit aan bij eerdere jurisprudentie, waaronder het arrest 10/01744, en bevestigt de rechtmatigheid van de belastingheffing in deze specifieke situatie. De uitspraak heeft daarmee belangrijke consequenties voor de toepassing van voorlopige aanslagen in het belastingrecht.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Minister van Financiën is ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof blijft in stand.