ECLI:NL:HR:2011:BO9998
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep in cassatie tegen uitleveringsuitspraak aan Verenigde Staten
De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door de opgeëiste persoon tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 31 mei 2010, waarin werd besloten tot uitlevering aan de Verenigde Staten. De opgeëiste persoon was ten tijde van de betekening gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Vught.
De raadsman van de opgeëiste persoon heeft schriftelijk middelen van cassatie voorgesteld, waarop de Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering was geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, en uitgesproken op 15 februari 2011.
Uitkomst: Het cassatieberoep tegen de uitleveringsuitspraak is verworpen door de Hoge Raad.