ECLI:NL:RBSGR:2012:BW2715
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.R.M. Vermolen
- H.J. Dondorp
- J.J.P. Bosman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning na uitlevering aan Verenigde Staten in vreemdelingenprocedure
Eiser, van Somalische nationaliteit, vroeg om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Zijn aanvraag werd afgewezen omdat hij eerder in de Verenigde Staten verbleef en daar bescherming genoot. Na afwijzing van de aanvraag is eiser uitgeleverd aan de Verenigde Staten op grond van een uitleveringsprocedure wegens verdenking van terrorisme.
De rechtbank stelt dat in gevallen waarin de toelatingsprocedure samenvalt met een uitleveringsprocedure, de Uitleveringswet als bijzondere regeling prevaleert boven de Vreemdelingenwet 2000. De uitleveringsprocedure is inmiddels afgerond met een beschikking die uitlevering toestaat, en hiertegen zijn geen rechtsmiddelen meer ingesteld.
Eiser heeft aangevoerd dat uitlevering zou leiden tot een schending van artikel 3 EVRM Pro, onder meer door mogelijke uitzetting naar Somalië. De rechtbank oordeelt dat dit risico onvoldoende aannemelijk is gemaakt en dat de beoordeling van dergelijke risico's binnen de uitleveringsprocedure plaatsvindt. Bovendien is onduidelijk wat de uitkomst van de strafprocedure in de Verenigde Staten zal zijn.
De rechtbank concludeert dat eiser geen rechtens te respecteren belang meer heeft bij de beoordeling van het beroep tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van procesbelang na uitlevering.