ECLI:NL:HR:2011:BP0630
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- C.A. Streefkerk
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt tijdige klachtplicht en doorlopende verjaring bij terugkerend gebrek aan melkwinningsysteem
In deze zaak ging het om de koop van een melkwinningsysteem inclusief melkrobots en een 4-KGM-systeem, dat vanaf de installatie in 2001 tot 2004 diverse storingen vertoonde. De koper klaagde vanaf het begin herhaaldelijk over de gebreken, wat door het hof werd aangemerkt als een voortdurende stroom van klachten binnen de klachtplicht ex art. 7:23 lid 1 BW Pro.
Het hof oordeelde dat de koper de overeenkomst terecht had ontbonden binnen de verjaringstermijn van twee jaar zoals bedoeld in art. 7:23 lid 2 BW Pro, omdat na elke melding van een gebrek een nieuwe verjaringstermijn begon te lopen. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het beroep van de verkoper, die stelde dat niet tijdig was geklaagd en dat de vordering verjaard zou zijn.
De Hoge Raad benadrukte dat de onderhoudsovereenkomst niet afdoet aan de klachtplicht en dat de voortdurende klachten duidelijk maakten dat het systeem niet aan de overeenkomst voldeed. Tevens werd geoordeeld dat de verjaringstermijn telkens opnieuw begint te lopen bij terugkerende gebreken, zodat de bevoegdheid tot ontbinding niet was verjaard.
De Hoge Raad wees verder op het belang van het tijdig klagen over gebreken en dat de vordering tot vergoeding van gevolgschade uit de beginperiode niet verjaard mocht worden geacht als er sprake is van terugkerende gebreken en klachten. Het beroep werd verworpen en de verkoper werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de ontbinding van de koopovereenkomst tijdig was en de klachtplicht was nageleefd.