ECLI:NL:RBARN:2011:BR4824
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding wegens ondeugdelijk melkpoeder en toewijzing betaling openstaande facturen
De rechtbank Arnhem behandelde een zaak waarin een veehouder schadevergoeding vorderde van Lely Consumables B.V. wegens levering van ondeugdelijk melkpoeder. De veehouder stelde dat het melkpoeder gebreken vertoonde, zoals het ontbreken van een gebruiksaanwijzing, een onjuiste samenstelling en aanwezigheid van blauwe plastic deeltjes, wat leidde tot ziekte en sterfte onder zijn kalveren.
Lely betwistte de gebreken en voerde aan dat klachten over de samenstelling te laat waren ingediend, waardoor deze niet ontvankelijk waren. Daarnaast ontkende Lely dat het melkpoeder plastic deeltjes bevatte en wees op onderzoek en terugname van verdachte partijen. De rechtbank oordeelde dat de klacht over het chloride- en zoutgehalte een nieuw gebrek betrof dat pas in 2010 werd gemeld, te laat volgens art. 7:23 BW Pro. Ook was onvoldoende bewijs geleverd voor een verband tussen plastic deeltjes in de melk en het geleverde product.
De rechtbank wees de vorderingen tot schadevergoeding af wegens niet tijdig klagen en gebrek aan causaal verband. De vordering tot betaling van openstaande facturen werd toegewezen met wettelijke rente. Proceskosten werden grotendeels toegewezen aan de zijde van Lely, met afwijzing van buitengerechtelijke kosten en advocaatkosten als schadevergoeding.
Uitkomst: Vordering schadevergoeding afgewezen; eiser veroordeeld tot betaling openstaande facturen met rente en proceskosten.