ECLI:NL:HR:2011:BP0631
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wijziging gezag over minderjarige afgewezen door Hoge Raad
In deze zaak verzocht de vader om wijziging van het gezag over een minderjarige. De rechtbank 's-Gravenhage had eerder beslissingen genomen in 2005 en 2008, waarna het gerechtshof te 's-Gravenhage op 13 januari 2010 een beschikking gaf die het verzoek van de vader afwees. Tegen deze beschikking stelde de vader beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De moeder verzocht het beroep te verwerpen en de Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping. De Hoge Raad beoordeelde de aangevoerde klachten in het cassatieberoep en concludeerde dat deze niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering was geen nadere motivering noodzakelijk, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep van de vader af en bevestigde daarmee de beschikking van het gerechtshof. De beschikking werd gegeven door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer op 4 maart 2011.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen en de beschikking van het gerechtshof bevestigd.