ECLI:NL:HR:2011:BP0631

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 maart 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/01600
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253n lid 2 BWArt. 1:251a lid 1 BWArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wijziging gezag over minderjarige afgewezen door Hoge Raad

In deze zaak verzocht de vader om wijziging van het gezag over een minderjarige. De rechtbank 's-Gravenhage had eerder beslissingen genomen in 2005 en 2008, waarna het gerechtshof te 's-Gravenhage op 13 januari 2010 een beschikking gaf die het verzoek van de vader afwees. Tegen deze beschikking stelde de vader beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De moeder verzocht het beroep te verwerpen en de Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping. De Hoge Raad beoordeelde de aangevoerde klachten in het cassatieberoep en concludeerde dat deze niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering was geen nadere motivering noodzakelijk, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad wees het cassatieberoep van de vader af en bevestigde daarmee de beschikking van het gerechtshof. De beschikking werd gegeven door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer op 4 maart 2011.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen en de beschikking van het gerechtshof bevestigd.

Uitspraak

4 maart 2011
Eerste Kamer
10/01600
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. R.T.R.F. Carli,
t e g e n
[De moeder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M. de Boorder.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader en de moeder.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak 238916/FA RK 05-1380 van de rechtbank 's-Gravenhage van 21 september 2005 en 30 september 2008;
b. de beschikking in de zaak 200.023.177/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 13 januari 2010.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 4 maart 2011.