ECLI:NL:HR:2011:BP2310
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- C.A. Streefkerk
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige verkiezingsfraude en aansprakelijkheid voor kosten herverkiezingen Hoogheemraadschap
In deze zaak stond de aansprakelijkheid van een kandidaat centraal die fraude pleegde bij zijn kandidaatstelling voor het algemeen bestuur van het Hoogheemraadschap van Rijnland. De kandidaat had ongeldige ondersteuners opgegeven, wat leidde tot een ongeldige kandidaatstelling en uiteindelijk tot het houden van nieuwe verkiezingen.
Het stembureau had aanvankelijk de kandidaatstelling goedgekeurd, maar later bleek dat twee handtekeningen vals waren. Het Hoogheemraadschap besloot de kandidaat niet toe te laten en organiseerde nieuwe verkiezingen, waarbij de kandidaat zich opnieuw verkiesbaar stelde en werd gekozen.
Het Hoogheemraadschap vorderde vervolgens vergoeding van de kosten van de herverkiezingen van de kandidaat wegens onrechtmatig handelen. De rechtbank en het hof wezen deze vordering grotendeels toe. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de formele rechtskracht van het besluit van het stembureau niet afdoet aan de onrechtmatigheid van het handelen van de kandidaat. Ook werd geoordeeld dat de kosten van de herverkiezingen toerekenbaar zijn aan de kandidaat, mede vanwege zijn grove schuld en de voorzienbaarheid van de gevolgen van zijn fraude.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde de kandidaat tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de aansprakelijkheid van de kandidaat voor de kosten van de herverkiezingen wegens verkiezingsfraude.