ECLI:NL:HR:2016:757

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 april 2016
Publicatiedatum
28 april 2016
Zaaknummer
15/00168
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling cassatie over onrechtmatige daad waterschap bij fraude kandidaatstelling

In deze zaak stond centraal of het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard aansprakelijk kon worden gehouden voor schade als gevolg van fraude bij de kandidaatstelling voor de verkiezing van het algemeen bestuur. De feiten en eerdere vonnissen van de rechtbank Amsterdam en het arrest van het hof Amsterdam vormden de basis voor de cassatieprocedure.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere rechtspraak en overweegt dat de klachten van de eiser niet leiden tot beantwoording van nieuwe rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De cassatie wordt daarom verworpen. Tevens wordt de eiser veroordeeld in de kosten van het geding.

De zaak betreft onder meer de uitleg van het Kiesreglement van het waterschap, de exclusiviteit van voegingsmogelijkheden in het strafproces en het causaal verband tussen de fraude en de geleden schade. De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof en bekrachtigt het arrest.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

29 april 2016
Eerste Kamer
15/00168
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos,
t e g e n
de publiekrechtelijke rechtspersoon HOOGHEEMRAADSCHAP VAN SCHIELAND EN DE KRIMPENERWAARD,
zetelende te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en het Hoogheemraadschap.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 400916 / HA ZA 08-1716 van de rechtbank Amsterdam van 2 december 2009 en 7 april 2010;
b. het arrest in de zaak 200.090.832/01 van het gerechtshof Amsterdam van 16 september 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het Hoogheemraadschap heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 17 maart 2016 op die conclusie gereageerd. Op de eerste twee pagina’s na betreft het een reactie van [eiser] zelf. Voor zover de reactie ook in zoverre moet worden geacht door de advocaat te zijn ingediend, nu deze op diens briefpapier is gesteld en door hem is ondertekend, is deze niettemin terzijde gelegd omdat de inhoud ervan niet is beperkt tot een beknopte reactie op de conclusie.

3.Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het Hoogheemraadschap begroot op € 6.467,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
29 april 2016.