ECLI:NL:HR:2011:BP2414
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt regels inzake raadsmanstoestemming bij hervatting onderzoek in ontnemingszaken
In deze zaak stond een beroep in cassatie centraal tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De betrokkene stelde dat het Hof onrechtmatig had gehandeld door het onderzoek op de terechtzittingen te hervatten zonder uitdrukkelijke instemming van zijn raadsman.
De Hoge Raad verwijst naar een eerder arrest (LJN BP2412) waarin is vastgesteld dat alleen de raadsman die volgens art. 279, eerste lid, Sv tot de verdediging is toegelaten, bevoegd is om namens een afwezige verdachte toestemming te geven voor de hervatting van het onderzoek. Deze regel is ook van toepassing op ontnemingszaken krachtens art. 511d, eerste lid, Sv.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof terecht heeft gehandeld door het onderzoek te hervatten zonder dat expliciet bleek dat de raadsman daarmee had ingestemd, omdat de wettelijke regel dit vereist. Het beroep faalt en wordt verworpen. Hiermee wordt de rechtsregel bevestigd dat in ontnemingszaken de raadsman de enige bevoegde is om toestemming te geven voor hervatting van het onderzoek bij afwezigheid van de verdachte.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de regels omtrent raadsmanstoestemming bij hervatting van het onderzoek in ontnemingszaken.