ECLI:NL:HR:2011:BP2985
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad legt prejudiciële vraag voor over BPM-heffing bij grensoverschrijdend gebruik auto na verhuizing
Belanghebbende, een Duitse onderdaan, verhuisde van Duitsland naar Nederland en gebruikte haar in Duitsland geregistreerde auto ook na verhuizing voor woon-werkverkeer tussen Nederland en Duitsland. De Nederlandse Belastingdienst legde haar een naheffingsaanslag BPM en een boete op omdat zij de auto in Nederland gebruikte zonder BPM te hebben betaald.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de aanslag en boete. Het Hof vernietigde vervolgens deze uitspraak en de aanslag en boete opnieuw. De Staatssecretaris stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Hof.
De Hoge Raad onderzoekt of de situatie van belanghebbende binnen de werkingssfeer valt van artikel 39 EG Pro (vrij verkeer van werknemers) of artikel 18 EG Pro (vrijheid van verblijf en reizen) en of de BPM-heffing een onrechtmatige belemmering vormt van deze rechten. Gezien de complexiteit en het grensoverschrijdende karakter legt de Hoge Raad prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie en schorst het geding totdat het Hof uitspraak doet.
Uitkomst: De Hoge Raad schorst de zaak en legt prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie over de toepassing van artikel 18 en 39 EG op BPM-heffing.