ECLI:NL:HR:2011:BP3051
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over aansprakelijkheid inleenkracht bij ongeval tijdens werk
In deze zaak stond de vraag centraal of de inlener aansprakelijk kon worden gehouden op grond van artikel 6:170 BW Pro voor een fout van een ondergeschikte die leidde tot letselschade van een inleenkracht. Daarnaast werd besproken of de rechter ambtshalve diende te beoordelen of aansprakelijkheid kon worden aangenomen op grond van artikel 7:658 BW Pro, of dat dit een exclusieve rechtsgrond betrof ter onderbouwing van de vordering.
De procedure omvatte meerdere vonnissen van de kantonrechter en rechtbank, en een arrest van het gerechtshof Amsterdam. Eiser stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof, terwijl Hilton Meats het beroep betwistte. De Advocaat-Generaal adviseerde verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van eiser niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat er geen rechtsvragen waren die de rechtseenheid of rechtsontwikkeling dienden. Het beroep werd verworpen en eiser werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser tegen Hilton Meats wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten.