ECLI:NL:HR:2011:BP4595
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.M.E. Thomassen
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vermindering geldboete wegens overschrijding redelijke termijn in verkeerszaken
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin hij was veroordeeld voor overtredingen van de Wegenverkeerswet 1994. Het hof had een taakstraf, geldboete en ontzegging van rijbevoegdheid opgelegd.
Het cassatiemiddel werd verworpen omdat het geen rechtsvragen opriep die beantwoording behoefden. De Hoge Raad constateerde echter dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.
Als gevolg daarvan werd ambtshalve de geldboete verminderd van €1.500 naar €1.425 en de duur van de vervangende hechtenis van 25 naar 24 dagen. De overige onderdelen van het arrest werden bevestigd. De Hoge Raad vernietigde het arrest slechts voor wat betreft de strafoplegging en stelde de strafmaat dienovereenkomstig bij.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de geldboete en vervangende hechtenis wegens overschrijding van de redelijke termijn, bevestigt overige straffen.