ECLI:NL:HR:2011:BP4643
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.M.E. Thomassen
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest voor zover het de strafoplegging betreft, vermindering van de opgelegde straf en verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad oordeelt dat de middelen van cassatie niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is. Wel constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM is overschreden doordat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep.
Dit leidt ambtshalve tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van vijf jaren tot vier jaren en negen maanden. De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de gevangenisstraf en verwerpt het beroep voor het overige.
De uitspraak is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 5 april 2011.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot vier jaren en negen maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.