ECLI:NL:HR:2011:BP4943
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- C.A. Streefkerk
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid primary beneficiary trust tot enquêteverzoek tegen Nederlandse vennootschap
In deze zaak stond centraal de vraag of een primary beneficiary van een trust naar het recht van Bermuda bevoegd is tot het indienen van een enquêteverzoek over het beleid van een Nederlandse besloten vennootschap (TESN). De aandelen van TESN worden gehouden door twee Nederlandse Antilliaanse vennootschappen, Global en Castor, die op hun beurt onder een truststructuur vallen.
De verzoeker, primary beneficiary van de trust, stelde zich op het standpunt dat hij als economisch rechthebbende gelijkgesteld moest worden met een aandeelhouder en dus bevoegd was tot het verzoek. De ondernemingskamer oordeelde echter dat Global en Castor niet kunnen worden weggedacht bij de ontvankelijkheidsvraag en dat de trust en de primary beneficiary niet als economisch rechthebbende kunnen worden beschouwd voor toepassing van het enquêterecht.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat een verzoek tot een concernenquête niet ontvankelijk is omdat de aandeelhouders van de Nederlandse kleindochter in Curaçao zijn gevestigd. De verzoeker werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het enquêteverzoek van de primary beneficiary niet-ontvankelijk omdat de aandelen worden gehouden door Nederlandse Antilliaanse vennootschappen.