ECLI:NL:HR:2011:BP5996
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- C.H.W.M. Sterk
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatiezaak
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 20 september 2011 uitspraak gedaan over een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De verdachte had beroep ingesteld tegen de wrakingsbeslissingen en de opgelegde straf. De Advocaat-Generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkverklaring voor het wrakingsberoep en verwerping van het overige beroep.
De Hoge Raad vernietigt de bestreden uitspraak uitsluitend wat betreft de duur van de gevangenisstraf en vermindert deze tot één jaar en elf maanden. Dit volgt uit de ambtshalve beoordeling dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden, aangezien meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep.
De overige middelen van cassatie worden verworpen omdat zij geen aanleiding geven tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad acht geen andere gronden aanwezig om de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen.
De uitspraak werd gewezen door de vice-president als voorzitter en vier raadsheren, in aanwezigheid van de griffier. De strafvermindering is een gevolg van de overschrijding van de redelijke termijn, conform het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt ambtshalve verminderd tot één jaar en elf maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.