ECLI:NL:PHR:2011:BP5996
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-vernietigen geheimhoudergesprekken en verkeersgegevens
In deze zaak oordeelt de Hoge Raad over het beroep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch in een complexe strafzaak met betrekking tot deelname aan een criminele organisatie en overtredingen van de Opiumwet. De verdediging stelde onder meer dat het niet vernietigen van geheimhoudergesprekken en het niet naleven van de wettelijke vernietigingsvoorschriften een vormverzuim opleverde dat tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie moest leiden.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de theoretische mogelijkheid om vernietigde gesprekken terug te halen niet relevant is zolang de wettelijke procedures omtrent vernietiging zijn gevolgd. Tevens wordt vastgesteld dat verkeersgegevens van geheimhoudersgesprekken niet onder de vernietigingsplicht van art. 126aa lid 2 Sv vallen, omdat deze gegevens niet de inhoud van mededelingen bevatten die onder het verschoningsrecht vallen.
De Hoge Raad wijst ook op de beleidsmatige achtergrond, waarbij het systeem zodanig is ingericht dat gesprekken met geheimhouders niet worden opgenomen, maar verkeersgegevens worden bewaard voor opsporingsdoeleinden. Het cassatieberoep faalt en wordt niet-ontvankelijk verklaard, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.