ECLI:NL:HR:2011:BP6122
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep verontschuldigbare dwaling bij mensenhandel minderjarige
De zaak betreft een verdachte die werd veroordeeld voor mensenhandel met een minderjarige. Hij voerde in hoger beroep aan dat hij verontschuldigbaar had gedwaald over de leeftijd van het slachtoffer, omdat hij dacht dat zij meerderjarig was op grond van een getoond identiteitsbewijs.
Het hof Arnhem verwierp dit verweer, stellende dat de verdachte onvoldoende onderzoek had gedaan naar de leeftijd van het slachtoffer en dat verklaringen van het slachtoffer en een betrokkene stelden dat verdachte wist dat het slachtoffer minderjarig was. Het hof oordeelde dat de minderjarigheid een objectief bestanddeel van het delict is en dat verdachte niet aan zijn inspanningsverplichting had voldaan.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat het hof terecht de feitelijke grondslag van het verweer had onderzocht en niet uitsluitend de bewijslast bij de verdachte had gelegd. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en handhaafde het arrest van het hof.
De uitspraak benadrukt het belang van een gedegen onderzoeksplicht bij verdenking van mensenhandel met minderjarigen en bevestigt de strikte toepassing van de strafuitsluitingsgrond verontschuldigbare dwaling in deze context.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep en bevestigt veroordeling voor mensenhandel met minderjarige wegens onvoldoende aannemelijkheid verontschuldigbare dwaling.