ECLI:NL:HR:2011:BP6165
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- W.A.M. van Schendel
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige daad en verborgen camera bij journalistiek onderzoek telemarketingpraktijken
In deze zaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van Pretium Telecom B.V. verworpen tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag. Pretium stelde dat Tros onrechtmatig had gehandeld door in haar programma Tros Radar opnamen te tonen die met een verborgen camera waren gemaakt bij een callcenter dat voor Pretium werkte.
Het hof had geoordeeld dat noch het gebruik van de verborgen camera, noch de uitzendingen of de column onrechtmatig waren jegens Pretium. De Hoge Raad bevestigt dat bij de afweging tussen het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op eerbiediging van de goede naam van Pretium alle omstandigheden in onderling verband moeten worden beschouwd.
De Hoge Raad benadrukt dat journalistieke maatstaven omtrent het gebruik van verborgen camera's, zoals neergelegd in de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek, geen rechtens bindend criterium vormen maar slechts een gewichtige omstandigheid in de belangenafweging. Het gebruik van verborgen camera's is in beginsel niet toelaatbaar, tenzij geen andere weg openstaat om een ernstige maatschappelijke misstand aan het licht te brengen zonder onevenredige inbreuk op privacy.
De klachten van Pretium over de motivering en belangenafweging slagen niet, omdat het hof voldoende inzicht heeft gegeven in zijn overwegingen. De Hoge Raad bevestigt hiermee de juiste toepassing van het recht en wijst het cassatieberoep af.
De Hoge Raad veroordeelt Pretium tevens in de proceskosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Pretium wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.