ECLI:NL:PHR:2011:BQ7322
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige openbaarmaking van heimelijk opgenomen telefoongesprekken wethouder en schadevergoeding
In deze zaak staat centraal of het heimelijk opnemen en openbaar maken van telefoongesprekken van een wethouder onrechtmatig is jegens hem. De opnames zijn gemaakt in het restaurant van de eiser, die eigenaar is, en bevatten belastende uitlatingen over subsidieverlening en mogelijke corruptie. De eiser heeft de opnames aan de pers en gemeenteraadsleden getoond en later de originele banden vernietigd, waardoor de wethouder zich niet optimaal kon verdedigen.
De rechtbank en het hof oordeelden dat het handelen van de eiser onrechtmatig was, omdat hij de opnames bewust bewaarde en selectief openbaar maakte met het oogmerk de wethouder te beschadigen en een subsidie af te dwingen. Het hof benadrukte dat het beperkte oogmerk van de eiser en het feit dat hij ook beelden openbaar maakte die niet met de subsidie te maken hadden, onrechtmatigheid versterkten.
De Hoge Raad bevestigt deze oordelen en wijst op de afweging tussen het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op privéleven en reputatie van de wethouder. Het hof heeft terecht geoordeeld dat de openbaarmaking disproportioneel was en dat de eiser andere, minder schadelijke middelen had kunnen gebruiken. De zaak benadrukt het belang van zorgvuldigheid bij het openbaar maken van heimelijk verkregen informatie, vooral wanneer het gaat om publieke functionarissen.
De Hoge Raad verwijst de beoordeling van de omvang van de schade en de toerekening daarvan naar de schadestaatprocedure. Tevens wordt erkend dat de eiser het risico van reputatieschade had moeten voorzien. De klacht van de eiser dat zijn vrijheid van meningsuiting werd geschonden, wordt verworpen omdat het hof een juiste belangenafweging heeft gemaakt.
De uitspraak onderstreept de bescherming van publieke functionarissen tegen onrechtmatige aantasting van hun reputatie, terwijl ook het belang van het publieke debat wordt erkend, mits zorgvuldig en proportioneel gehandeld wordt.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de onrechtmatigheid van het handelen van eiser en verwijst de schadebeoordeling naar de schadestaatprocedure.