ECLI:NL:HR:2011:BP7997

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 maart 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/04273
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 FArt. 351 FArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring beroep tegen beëindiging schuldsaneringsregeling wegens termijnoverschrijding

Verzoekers hebben beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam, waarin het beroep tegen de beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder toekenning van een schone lei werd afgewezen. De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten in de feitelijke instanties en behandelt het cassatieberoep op basis van artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De Hoge Raad oordeelt dat de in het middel aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat er geen aanleiding is tot nadere motivering, aangezien de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard, mede vanwege de verschoonbare termijnoverschrijding.

Het arrest is gewezen door de raadsheren Hammerstein, Bakels en Asser en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Numann op 18 maart 2011.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens verschoonbare termijnoverschrijding.

Uitspraak

18 maart 2011
Eerste kamer
10/04273
RM/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Verzoeker 1],
2. [Verzoekster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. A.J.F. Gonesh.
Verzoekers zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaken met insolventienummers 07/486-R en 07/487-R van de rechtbank Amsterdam van 4 augustus 2010,
b. het arrest in de zaak 200.072.092/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 21 september 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 18 maart 2011.