ECLI:NL:HR:2011:BP8518
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt beroep in cassatie inzake profijtontneming
De zaak betreft een cassatieberoep van betrokkene tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch over een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De Hoge Raad heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld en geconcludeerd dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden.
Hoewel de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro in de cassatiefase is overschreden, acht de Hoge Raad dit geen reden om het beroep gegrond te verklaren of andere rechtsgevolgen te verbinden. De overschrijding wordt erkend, maar de compensatie kan worden toegepast in de hoofdzaak die samenhangt met deze ontnemingszaak.
De Hoge Raad wijst het beroep af en bevestigt daarmee het oordeel van het gerechtshof. De uitspraak is gedaan door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer, waarbij de griffier aanwezig was.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de overschrijding van de redelijke termijn leidt niet tot rechtsgevolgen.