ECLI:NL:HR:2011:BP9336
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in zaak van seksuele delicten en diefstal met geweld
De zaak betreft het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, waarin hij werd veroordeeld voor meerdere feiten, waaronder poging tot aanranding, seksuele handelingen met geweld, en diefstal met bedreiging en geweld. De bewezenverklaringen steunen op verklaringen van slachtoffers, politieprocessen-verbaal, fotoconfrontaties en andere bewijsmiddelen die de werkwijze van verdachte in meerdere zaken ondersteunen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de verklaringen van de aangeefsters niet onbegrijpelijk heeft gewezen en dat de bewijsvoering toereikend is. Ook is geoordeeld dat het niet onrechtmatig is om geweld te kwalificeren als middel zowel voor seksuele handelingen als voor het faciliteren van diefstal en vlucht bij heterdaad. Wel is vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro in cassatiefase is overschreden doordat stukken te laat werden ingezonden.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en vermindert deze van vijf jaar naar vier jaar en negen maanden. Het cassatieberoep wordt voor het overige verworpen. De uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van de bewijsvoering en de kwalificaties van de feiten, maar benadrukt het belang van een tijdige procedure.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot vier jaar en negen maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn; overige veroordelingen blijven in stand.