ECLI:NL:HR:2011:BP9448
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- C.H.W.M. Sterk
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Cassatieberoep verworpen in zaak over strafoplegging bij illegale invoer heroïne
In deze zaak stond het beroep in cassatie centraal tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam betreffende de overname van een Britse rechterlijke beslissing over de illegale invoer van heroïne. De rechtbank had bij het bepalen van de straf in Nederland het feit als uitgangspunt genomen waarop de Britse rechter de veroordeling baseerde.
De discussie betrof het gewicht van de heroïne: de Britse rechter hanteert het gewicht van de zuivere stof, terwijl de Nederlandse rechter het totale gewicht van de aangetroffen heroïne kan hanteren. In deze zaak ging het om 36 kg heroïne met een zuiverheid van 45%, wat overeenkomt met 17,6 kg pure heroïne zoals in het Britse vonnis vermeld.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank niet is uitgegaan van een ander feit dan dat waarop de Britse veroordeling was gebaseerd, ondanks een kennelijke vergissing in het genoemde gewicht. De overige middelen van cassatie werden eveneens verworpen zonder nadere motivering, waarna het beroep werd afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de strafoplegging door de rechtbank bevestigd.