ECLI:NL:PHR:2012:BU9852
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing nieuwe regeling voorwaardelijke invrijheidstelling bij omzetting buitenlandse straf
Eiser werd in 2007 in Engeland veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf jaar. Na overbrenging naar Nederland besloot de rechtbank Rotterdam in 2009 de straf om te zetten naar een Nederlandse gevangenisstraf en verleende verlof tot tenuitvoerlegging. In 2010 werd eiser voorwaardelijk in vrijheid gesteld onder bijzondere voorwaarden. Eiser stelde dat op hem de oude regeling van vervroegde invrijheidstelling moest worden toegepast, omdat zijn veroordeling in Engeland vóór 1 juli 2008 was uitgesproken.
De voorzieningenrechter gaf eiser gelijk, maar het hof vernietigde dit en wees de vordering af. Het hof oordeelde dat de datum van de omzettingsbeslissing door de Nederlandse rechter bepalend is, niet de datum van de buitenlandse veroordeling. De omzettingsbeslissing is een zelfstandige veroordeling tot vrijheidsstraf onder Nederlands recht waarop de nieuwe regeling van toepassing is.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel. De omzetting houdt in dat de Nederlandse strafrechter zelfstandig de straf vaststelt, rekening houdend met het Nederlandse recht, inclusief de nieuwe regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling. Dit is niet in strijd met het legaliteitsbeginsel of het overgangsrecht. De klacht van eiser wordt verworpen en het cassatieberoep afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat de nieuwe regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling van toepassing is op de omzettingsbeslissing van de Nederlandse rechter.