ECLI:NL:HR:2011:BP9861
Hoge Raad
- Cassatie
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- W.D.H. Asser
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep wegens onrechtmatige overheidsdaad en strafvorderlijke maatregelen
In deze zaak heeft eiser cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 8 december 2009, waarin zijn beroep werd afgewezen. Het geschil betreft de vraag of de Staat onrechtmatig heeft gehandeld door ten onrechte strafvorderlijke maatregelen toe te passen.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen van de rechtbank Amsterdam en het arrest van het hof, die aan dit arrest zijn gehecht. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering.
De Hoge Raad oordeelt dat de klachten van eiser niet leiden tot cassatie en dat nadere motivering niet nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten. Het beroep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Deze uitspraak bevestigt de eerdere beslissingen en sluit het geding af met een kostenveroordeling ten laste van eiser.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.